frankrijk.nl

7 verwarrende Franse wintersporttermen

Op de piste in Frankrijk hoor je een hoop woorden die bij je schoolfrans niet aan bod kwamen. Dit zijn skitermen om te onthouden voor de krokusvakantie, mocht je naar de Franse Alpen gaan voor de wintersport!

1. Les après-ski: de moonboots

Let op, de Fransen gebruiken het woord ‘après-ski’ niet alleen voor het zo bekende feestvieren onderaan de piste. In Frankrijk is dit in de eerste plaats het woord voor moonboots. Ofwel de sneeuwlaarzen die je après het skiën aanschiet. “Je ne trouve pas mes après-ski?” Deze uitspraak betekent dus niet dat een Fransman de kroeg zoekt, maar dat hij zijn moonboots niet kan vinden.

2. Le chasse-neige: de pizzzapunt

Dit woord (‘sneeuwschuiver’) doet meteen aan een pistenbully of sneeuwtruck denken, maar chasse-neige is ook het Franse woord voor de ploegbocht van beginnende skiërs. Nederlandstalige skileraren zeggen tegenwoordig vooral pizzapunt. In Frankrijk hoor je in plaats van chasse-neige ook le chapeau pointu (de punthoed).

3. La station: een skidorp, een skioord

Verwarrend woord voor Nederlanders, die al snel aan een treinstation (une gare) denken. Maar als de Fransman naast je in de lift vraagt: “Que-ce que vous pensez de la station?”, dan wil hij weten wat je van het skigebied vindt, dat in zijn geheel ook le domaine skiable genoemd wordt.

4. Le masque: een skibril

Een ‘masker’ associëren wij Nederlanders al snel met carnaval en verkleden, maar in Frankrijk is un masque ook een skibril. Tegenwoordig is die net zo populair als un casque, een skihelm. Ook bij skiërs die niet speciaal off-piste ofwel hors-piste-liefhebbers zijn.

5. Le tire-fesses: de sleeplift

Prachtig woord: de ‘billentrekker‘. Dit is de populaire Franse naam voor de klassieke sleeplift, waarin je wordt voortgetrokken door een pannenkoek tussen je benen. Heet ook le téléski. De andere meestvoorkomende Franse skiliftnamen: le télésiège (stoeltjeslift), la télécabine (eitjeslift) en le téléphérique (grote cabinelift). De verzamelnaam voor alle skiliften is: les remontées mécaniques.

6. Le moniteur: de skileraar

Klinkt voor ons als een technisch beroep maar het gaat hier om een verkorting van le moniteur de ski ofwel de skileraar. Of de monitrice de ski, de skilerares.

7. Les bosses : de buckels

Een Fransman zegt tijdens de wintersport “J’aime les bosses en jij vraagt je verward af waarom hij zo graag valt. Want une bosse, dat is in het Frans toch een bult op je hoofd? Klopt, maar les bosses (hobbels, buckels) vind je ook op de buckelpiste, en wie goed skiet komt daar zonder pijn vanaf!

sneeuwgarantie-wintersport-tigned-cc-Arnaud Abadie

Eenzelfde soort spraakverwarring kan ontstaan als een Fransman het heeft over de “belles chutes” die eraan komen. Hij verheugt zich niet op mooie valpartijen maar over aangekondigde sneeuwval (chutes de neige)! En daarvan zijn er een hoop geweest afgelopen weken in de Franse Alpen: Tignes vestigde het record met bijna 6 meter sneeuw sinds december!

Woordenlijst voor de Franse wintersport

La station: wintersportplaats, skioord
Le domaine skiable: skigebied
Le forfait de ski: skipas
L’École de ski: skischool
Club Piou Piou: de skischool voor jonge kinderen
Le moniteur de ski: skileraar
La dameuse: de pistenbully
Le chasse-neige: pizzapunt
Le débutant: beginner
La piste verte (groen/makkelijk), la bleue (blauw/gemiddeld) la rouge (rood/moeilijk > pittiger dan de rode pistes in Oostenrijk!), la noire (zwart/zeer moeilijk)
La piste de luge: piste waarop je mag sleeën
Hors-piste: off-piste
Les bosses: buckels
La poudreuse: de poedersneeuw (popi: la peuf)
La soupe: papsneeuw
Le risque d’avalanche: lawinegevaar
Les remontées mécaniques: skiliften
Le tire-fesses of le téléski: sleeplift
Le télésiège: stoeltjeslift
La télécabine: eitjeslift
Le téléphérique: grote cabinelift
Le casque de ski: skihelm
Le masque de ski: skibril
Les lunettes de soleil: zonnebril
Le bonnet: de muts
La crème solaire: zonnebrandcrème
Les après-ski: moonboots
Les gants: handschoenen
La combinaison de ski: het skipak
Le vin chaud: glühwein

Tekst: Nicky Bouwmeester Beeld: Les Bronzés font du ski en CC/Benoît Mouren-La Clusaz, CC/Arnaud Abadie-Tignes.

LEES OOK:
Hoe werkt de Franse skischool? Handige tips voor ESF-lessen
Nederlandstalige skileraren in Franse skigebieden, hier vind je ze!
10 Franse wintersportplaatsnamen die wij verkeerd uitspreken

Eén reactie op “7 verwarrende Franse wintersporttermen”

  1. Een woord dat je beslist moet kennen als je buiten de pistes gaat: arva. Dat is een lawine-verklikker, een ding dat je leven kan redden als je onverhoopt onder een lading sneeuw terecht komt Nog een paar voor de eerste skilessen: Monter en canard heeft niets met eend te maken. Je brengt achterkanten van je ski’s bij elkaar en de punten van elkaar af om zo omhoog te klauteren. Als de skileraar de opdracht monter en escalier geeft, zoek dan niet naar de trap. Zet je beide ski’s parallel, dwars op de helling en zet dan je ski’s telkens een stukje hoger neer, zodat je als het ware je eigen trap in de sneeuw maakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *